Academie Ekeren
Home
 
   
Algemene Info Studieaanbod Kalender Interactief Interactief Contact Links
spacer
 
Algemene Info >
Orange_top
 
 

Algemene Info
Algemene Info Locaties
Algemene Info Secretariaat
Algemene Info Inschrijvingen
Algemene Info Schoolreglement
Algemene Info Verhuur instrum.
Algemene Info Historiek
Algemene Info FAQ
Algemene Info

Studieaanbod

Kalender

Interactief

Koperpoets en Wraakhout

Contact

Links

Schoolreglement


INHOUD

A. Studiereglement

B. Algemene bepalingen

C. Het orde- en tuchtreglement


A. Studiereglement

1. De organisatorische afspraken

1.1. De meerderjarige leerling

 Als je 18 jaar of ouder bent, ben je meerderjarig. Als er een (*) staat in de tekst betekent dit dat je vanaf die leeftijd zelfstandig kan optreden. Dit wil onder andere zeggen dat brieven rechtstreeks naar jou gericht worden en dat je zelf de nodige documenten mag ondertekenen.

1.2. Het administratief dossier

Je inschrijving als leerling gebeurt in overeenstemming met de wettelijke schikkingen.  Om je administratief dossier in orde te brengen moet je als nieuwe leerling de volgende documenten inleveren op het secretariaat:

  • de bewijzen van de gevolgde studies;
  • om te kunnen genieten van de sociale correctie: de bewijzen, voorzien in de regelgeving op het inschrijvingsgeld en voor het bepalen van het aanvullend inschrijvingsgeld, dat 15 euro bedraagt indien je het volledige inschrijvingsgeld dient te betalen en 10 euro indien je het verminderd inschrijvingsgeld ingevolge sociale correctie dient te betalen;
  • om te kunnen genieten van een vrijstelling voor een bepaald vak: attesten, die de directeur in staat stellen de vrijstelling te verlenen om pedagogische redenen. 

Voor alle graden kan ook, binnen de wettelijke schikkingen, een toelatingsperiode worden voorzien.  

1.3. De afwezigheden

Als leerling ben je verplicht regelmatig de lessen te volgen. Onregelmatigheden kunnen schrapping tot gevolg hebben.  
 
Telkens dit wordt gevraagd, moet je als leerling je medewerking verlenen aan tentoonstellingen, concerten of andere kunstmanifestaties die de academie of het stadsbestuur inricht.
 
Studie-uitstappen, extra-murosactiviteiten en opendeurdagen worden als normale schoolactiviteiten beschouwd.
 
Als je vooraf weet dat je, wegens een geldige reden, de lessen niet zult kunnen bijwonen, dien je vooraf de directeur of zijn/haar afgevaardigde daarvan op de hoogte te brengen met een door één van je ouders(*) geschreven en getekende verantwoording.
 
Ingeval van onvoorziene afwezigheden delen je ouders(*) de directeur of zijn/haar afgevaardigde de reden telefonisch of schriftelijk mee.  Iedere afwezigheid moet gewettigd zijn.  Als leerling moet je je afwezigheid rechtvaardigen zodra je de lessen opnieuw hervat.
 
Als je de afwezigheid niet verantwoordt, ben je ongewettigd afwezig.  Denk erom: een ongewettigde afwezigheid brengt de "regelmatigheid van de leerling" in het gedrang.  Dit betekent dat je mogelijk het schooljaar niet met vrucht kan beëindigen, met alle gevolgen vandien.
 
Kan je, wegens een geldige reden, niet deelnemen aan één of meer proeven (overgangs-,  eind- of herkansingsproef),  dan moet je de directeur of zijn/haar afgevaardigde hiervan onmiddellijk verwittigen.  Deze beslist, in samenspraak met de examencommissie of je de niet gemaakte proeven moet inhalen, en zo ja, hoe en wanneer.  

1.4. Te laat komen – de les vroeger verlaten

Als leerling dien je op het vastgestelde uur in de instelling aanwezig te zijn.  Het is verboden, in afwezigheid van leraar/begeleider, de klas te betreden.  
 
Je wordt slechts 15 minuten voor de aanvang van de lessen tot de instelling toegelaten en dient de instelling te verlaten uiterlijk 15 minuten na het einde van de lessen. Hierop kan de directeur uitzonderingen toestaan.
 
Wie te laat komt in de klas, stoort het klasgebeuren.  Wie te laat komt dient zich bij de leraar/begeleider te verantwoorden en/of te verontschuldigen.
 
Wie vroegtijdig de les wenst te verlaten moet voorafgaandelijk de leraar/begeleider hiervan schriftelijk in kennis te brengen.

1.5. De lessenrooster

De lessenrooster wordt medegedeeld door de directie. 
 
In uitzonderlijke gevallen en om ernstige redenen kan er een lesverplaatsing plaatsvinden.  Je zal hiervan tijdig in kennis worden gesteld door de betrokken leraar.  
 
Eventuele wijzigingen aan de lessenrooster, die in de loop van het schooljaar worden doorgevoerd, worden je tijdig gemeld.

1.6. De afspraken

Afspraken in verband met brandveiligheid, aansprakelijkheid, melding bij ongeval en diefstal, meebrengen van waardevolle voorwerpen, rookverbod, vrijstelling vakken, kostennota's, regeling proeven, … vind je terug in bijlage. 

2. De gedragsregels 

Als leerling dien je je tuchtvol te gedragen, zoniet kun je gesanctioneerd worden (zie orde- en tuchtreglement). Elke sanctie tegen jou getroffen wordt schriftelijk aan je ouders(*) meegedeeld met vermelding van de feiten.
 
Alle schade, die je vrijwillig toebrengt aan de lokalen, het meubilair, het materieel of andere, wordt op jouw kosten hersteld.  
 
De schooloverheid is niet verantwoordelijk voor eventuele beschadiging en/of ontvreemding van je werk of instrument in de instelling of bij tentoonstelling of bij uitvoeringen.

3. De begeleiding van de studies

3.1. Evaluatiefiche

In de loop van het schooljaar wordt van jou een evaluatiefiche bijgehouden.  De manier waarop geëvalueerd wordt, vind je terug in bijlage.
 
De overgangsproeven hebben tot doel te beoordelen op welk niveau je grote gedeelten van de leerstof kan verwerken.
 
De examencommissie kan voor jou, in de periode van 15 augustus tot en met 15 september:

  • indien je om een gewettigde reden niet in staat was deel te nemen aan de proeven, uitgestelde proeven organiseren;
  • desgevallend herkansingsproeven inrichten

4. De evaluatie op het einde van het schooljaar

4.1. De examencommissie

De examencommissie is samengesteld uit:
 
voor de opties in de studierichtingen muziek, woordkunst en dans: 

  • voor alle overgangsproeven: de directeur en ten minste de vaktitularis;
  • voor de eindproeven van de leerlingen lagere graad: de directeur, de vaktitularis en één deskundige;
  • voor de eindproeven van de leerlingen middelbare graad: de directeur, de vaktitularis en twee deskundigen van wie ten minste één deskundige van buiten de instelling (aangesteld door de inrichtende macht);
  • voor de eindproeven van de leerlingen muziek hogere graad: de directeur, de vaktitularis en ten minste twee deskundigen van buiten de instelling (aangesteld door de inrichtende macht);
  • voor ‘volwassenen’ kunnen sommige proeven in een aangepaste vorm worden afgenomen. Meer informatie hierover vind je terug in bijlage.

voor de opties in de studierichting beeldende kunsten: 

  • voor de eindproeven van de hogere graad en van de specialisatiegraad: voor het vak specifiek artistiek atelier: de directeur, de vakleraar en ten minste één deskundige van buiten de instelling (aangesteld door de inrichtende macht);
  • voor alle andere proeven: de directeur en de vakleraars. 

 De examencommissie is bevoegd om te beslissen over:

  • je slagen of niet slagen in een bepaald leerjaar;
  • het geven van adviezen voor je verdere studie of andere mogelijkheden;
  • het toekennen van attesten, getuigschriften of kwalificatiegetuigschriften.

4.2. Attesten, getuigschriften en kwalificatiegetuigschriften

Als je met vrucht een laatste leerjaar van de lagere graad beëindigt, word je een eindattest uitgereikt.  
 
Als je met vrucht het laatste leerjaar van de middelbare graad, studierichting beeldende kunsten hebt beëindigd, word je een door de Vlaamse gemeenschap erkend getuigschrift van de middelbare graad deeltijds kunstonderwijs uitgereikt.
 
Als je met vrucht het laatste leerjaar van de middelbare graad of de hogere graad, studierichtingen muziek, woordkunst en/of dans hebt beëindigd, word je een getuigschrift van de middelbare of de hogere graad uitgereikt.
 
Als je met vrucht het laatste leerjaar van de hogere graad, studierichting beeldende kunsten hebt beëindigd, word je een door de Vlaamse gemeenschap erkend getuigschrift van de hogere graad deeltijds kunstonderwijs uitgereikt.
 
Als je met vrucht het laatste leerjaar van de specialisatiegraad, studierichting beeldende kunsten hebt beëindigd, word je een kwalificatiegetuigschrift uitgereikt.

4.3. De betwisting van de eindbeslissing

Betwisting omtrent de resultaten van de proeven en/of evaluaties kunnen - na afspraak - besproken worden door je ouders(*) met de directeur en de betrokken leraar(s).

5. Het pedagogisch project van het stedelijk onderwijs

De gemeenteraad van de Stad Antwerpen heeft op 17 december 1991 unaniem het Pedagogisch Project van het stedelijk onderwijs (P.P.S.O.) vastgesteld.
 
Het Pedagogisch Project bevat het algemeen referentiekader, de grote idealen en de belangrijke waarden die de grondslagen van het stedelijk onderwijs uitmaken. Het verwijst tevens naar het vormingsaanbod en de vormingsprocessen waarvoor onderwijsinstellingen van het stedelijk onderwijs verantwoordelijk zijn. 
 
Het kwam tot stand in nauw overleg met de vertegenwoordiging van het personeel én van de ouderverenigingen. Allen die betrokken zijn bij de begeleiding, de vorming of de verzorging van leerlingen (onder leerlingen wordt begrepen... "van peuter tot adolescent") aanvaarden onvoorwaardelijk het P.P.S.O. als leidraad voor hun handelen. Van hen wordt inzet, loyauteit en engagement verwacht ten opzichte van de eigen onderwijsinstelling en het stedelijk onderwijs.
 
Het P.P.S.O. kan de organisatorische en onderwijskundige stabiliteit van het stedelijk onderwijs in de hand werken. Het mag evenwel niet leiden tot verstarring. Daarom zullen de krachtlijnen constant voorwerp zijn van bezinning waarbij o.m. rekening wordt gehouden met wetenschappelijk verantwoorde evaluatie.
 
Het P.P.S.O. zal op niveau van de lokale school de "vertaling", in dit geval de concretisering vinden in het "schoolwerkplan".
 
Profiel van de stedelijke school Antwerpen
De school wordt opgericht door de Stad Antwerpen. Ze is dus een officiële school. De school is een produkt van de fundamenteel democratische overtuiging dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in een gemeenschap naast  mekaar moeten kunnen bestaan.
 
De school zal dit democratisch gedachtegoed metterdaad bevorderen en vormen tot democratisch burgerschap. Ze dient volledig doordrongen te zijn van het besef van deze opdracht en aldus ook van haar waarde, die ze eraan ontleent.
 
De school eerbiedigt alle filosofische en godsdienstige opvattingen van de leerlingen en hun ouders. Ze bereidt leerlingen voor op intercultureel samenleven. Ze organiseert haar werk op zodanige wijze dat de meningen, opvattingen en waarden die in de (lokale) gemeenschap leven onvooringenomen met mekaar kunnen worden geconfronteerd. Alle vooroordelen en iedere vorm van indoctrinatie worden afgewezen.
 
De school biedt iedere leerling kansen op een optimale ontwikkeling van zijn individuele mogelijkheden. Tegelijk bereidt ze jongeren voor op een kritisch-creatieve deelname aan het maatschappelijk leven. 
 
D.w.z. dat ze leerlingen ertoe aanspoort mogelijkheden ten dienste te stellen van de verbetering van die maatschappij. Dit is maar mogelijk als de leerling heeft geleerd in vrijheid verantwoordelijkheid te dragen en zich positief, kritisch en creatief op te stellen. Voorwaarde voor dit alles is dan weer de realisering van een brede, harmonische opvoeding en vorming.
 
Realisering van het profiel
Het leren leven met anderen zonder onderscheid van sociale of etnische afkomst, culturele, filosofische of godsdienstige overtuiging, sekse of nationaliteit.
 
Erkenning van het recht op en eerbied voor de eigen identiteit van de leerling. Deze doelstelling kan o.m. worden gerealiseerd via fundamentele erkenning en eerbiediging van de Rechten van de Mens en inzonderheid de Rechten van het Kind.
 
Optimale ontplooiingskansen geven aan elk individu ongeacht geslacht, levensbeschouwing, sociale status en financiële mogelijkheden. Deze doelstelling kan o.m. worden gerealiseerd via:

  • het afwijzen van elke sociale selectie of voorbarige selectie op grond van prestaties;
  • gemengd onderwijs en gelijke kansen voor beide geslachten (met doorbreking van het rollenpatroon);
  • gedifferentieerd onderwijsaanbod dat rekening houdt met de bestaande verschillen in leervermogen tussen de leerlingen (leerbedreigde maar ook meerbegaafde en talentvolle jongeren); Dit impliceert geen nivellering van het onderwijs!
  • extra-inspanningen voor sociaal-cultureel gedepriveerden en anderstaligen;
  • uitbouw van de zorgverbreding waar nodig;
  • bijzondere aandacht naar bescherming, opvang, verzorging, opvoeding,... van kinderen van werkende ouders en probleemkinderen;
  • op elkaar afstemmen van de leerprogramma's van de diverse onderwijsniveaus;
  • continuïteit in de leerlingenbegeleiding over alle niveaus heen zodat het kind doorheen de hele schoolloopbaan in het stedelijk onderwijs adequaat gevolgd en begeleid kan worden;
  • geregelde evaluatie van het kennen, kunnen en zijn van de leerling met het oog op adequate remediëring en zinvolle rapportering naar leerlingen, ouders en anderen die bij de vorming van de leerling betrokken zijn;
  • het realiseren van de minimale basisvorming voor allen in de periode van voltijdse leerplicht.

Leerlingen groepsverbondenheid leren ervaren. Ieder moet het gevoelen hebben van "erbij-te-horen", van geborgenheid en veiligheid. De school zal de sociale interactie en de solidariteit tussen de leerlingen bevorderen. Deze doelstelling kan o.m. worden gerealiseerd via:

  • het aanwenden van aangepaste didactische werkvormen, groeperingsvormen en middelen;
  • het organiseren van vakoverschrijdende activiteiten, schooluitwisselingen, deelname aan socio-culturele activiteiten, bos- en zeeklassen,...

Emancipatorisch onderwijs, gericht op medemenselijke solidariteit teneinde individuen en groepen maximale ontwikkelingskansen te geven. Dit o.m. door de leerlingen ...

  • instrumenten aan te reiken die hun sociale redzaamheid kunnen verhogen;
  • mondig en weerbaar te maken en ze te leiden tot een positieve opbouwende kritische instelling;
  • te laten inzien dat mensen individueel en collectief kunnen bouwen aan een zinvol leven voor zichzelf en aan het welzijn voor anderen.

 Deze doelstelling kan o.m. worden gerealiseerd via:

  • het verkennen en doorlichten van de maatschappij vertrekkend van voor de jongere waarneembare realiteiten, zonder vooringenomenheid, wars van elke vorm van indoctrinatie en zonder opdringen van pasklare antwoorden;
  • het in concreto omzetten van maatschappelijk relevante aandachtspunten als daar zijn vredesopvoeding, consumentenopvoeding, gezondheidsopvoeding, milieuvervuiling, de Derde en de Vierde Wereld,...
  • Bij dit alles moet wel rekening worden gehouden dat de taken van de school niet onbegrensd kunnen worden uitgebreid.

De verzoening van de individuele aspiratie met de noden van de maatschappij. Dit door het nastreven van de totale ontwikkeling van de persoon ...

  • die open staat voor de wereld en de technische, economische, sociale, politieke, culturele en filosofische realiteit ervan;
  • die beschouwd en gestimuleerd wordt als zijnde de voornaamste bewerker van zijn eigen ontwikkeling, wat o.m. betekent dat hij het verworvene functioneel kan aanwenden.

Deze doelstelling kan o.m. worden gerealiseerd via:
 
- > totale ontwikkeling van de persoon

  • intellectuele vorming, attitudevorming, functionele kennisverwerving (feiten, begrippen, relaties, methoden en structuren) en vaardigheidsontwikkeling;
  • persoonlijkheidsvorming met aandacht voor alle facetten (dynamisch-affectieve, sociaal-emotionele, motorische, ethische, muzisch-creatieve, esthetische);
  • waardevorming, te weten: normen, waarden en attitudes (o.a. wilskracht, leergierigheid, objectiviteit, zin voor efficintie, emotioneel evenwicht, intellectuele eerlijkheid, verdraagzaamheid, eerbied voor het andere en de anderen, bereidheid en vaardigheid tot participatie in democratische besluitvormingsprocessen in het lokale, regionale, nationale, Europese en mondiale kader,...).

 - > openstaan voor de wereld

  • het ontdekken van de omgeving;
  • het aandacht hebben voor en voorbereiding op de "informatiesamenleving" met o.m. de beeldcultuur, geschreven bronnen, informatisering,...;
  • brede belangstelling voor het culturele gebeuren hier en elders;
  • het voortdurend een beroep doen op de ervaring;
  • het voortdurend zoeken naar adequate technieken;
  • de studie van de mechanismen die de werking van menselijke organisaties beheersen waardoor het leren van de democratische spelregels wordt bevorderd;
  • het aanreiken van zinvolle vrijetijdsbesteding.

 
- > voornaamste bewerker van eigen ontwikkeling

  • het ontwikkelen van denkkracht vanaf het prille begin van de schoolloopbaan;
  • de praktijk van de zelfvorming en de participatie;
  • het bevorderen van de individuele inzet via probleemstellend onderwijs, via lesonderwerpen met sterke motiefkracht, via ontdekkend bezig zijn met de wil om zaken uit te zoeken, via het stimuleren van de kinderen om op een creatieve manier met problemen om te gaan opdat ze later in staat zouden zijn nieuwe hindernissen op de juiste manier tegemoet te treden;
  • het manifesteren van een gelijke waardering voor alle vaardigheden : praktische, theoretische, intellectuele, manuele, lichamelijke en sociale;
  • het opwekken en stimuleren van het verlangen om te leren; de voldoening ervaren bij het "weten" en bij het beheersen van de vaardigheid;
  • het inspelen op de spontane verwondering en het aansluiten bij de natuurlijke nieuwsgierigheid van het vragende kind dat zo veel leert buiten de school;
  • het realiseren van een school waar jongeren graag naar toe gaan omdat je daar de ruimte krijgt om de wereld te verkennen;
  • het leren zelfstandig gegevens in te winnen door het raadplegen van informatie-verstrekkers allerhande;
  • het aanreiken van instrumenten die een zelfstandig leren verwerken van informatie mogelijk maken en zo een plaats te vinden in de "lerende maatschappij".

Processen en middelen die leiden tot de realisering van het pedagogisch project van het stedelijk onderwijs Antwerpen

  • gestalte geven aan participatieve structuren die een vertaling zijn van de organische band die er bestaat tussen de gemeenschap en de school die zij opricht;
  • bestendig kwaliteitsverbetering nastreven en evalueren;
  • noodzaak aan wetenschappelijke begeleiding van het leerproces erkennen;
  • nieuwe technologieën functioneel aanwenden;
  • leerprogramma's voortdurend actualiseren en evalueren;
  • streven naar een positieve schoolcultuur (het geheel van waarden en normen dat leeft binnen een school);
  • streven naar de realisering van een "doeltreffende" school, met o.m. betrokkenheid en consequent gedrag van leerkrachten, intellectueel uitdagend onderwijs, maximale communicatie tussen leerkracht en leerling, positief schoolklimaat, gestructureerde aanpak, ouderbetrokkenheid,...;
  • permanent contact houden met de lokale maatschappelijke realiteit (bedrijfswereld, culturele en sociale organisaties, e.d.) zonder evenwel de identiteit van de school uit het oog te verliezen;
  • metterdaad en op basis van gelijkwaardigheid samenwerken met specifieke voorzieningen die ten dienste kunnen staan van het stedelijk onderwijs Antwerpen zoals Kindervreugd, Diesterwegs Hulpkas, WEKO, VRASO, Kledingwerk, Stedelijke Openlucht- en Kinderopvangcentra, CISO, Schoolopbouwwerk, e.d.;
  • in functie van de noden, de voor- en naschoolse opvang van kinderen en het middagtoezicht op een adequate en pedagogisch verantwoorde wijze organiseren;
  • een zo groot mogelijke relatieve autonomie van de lokale school garanderen;
  • intensieve bijscholing van onderwijsgevenden en directies organiseren en/of ondersteunen

6. Het nieuwe pedagogisch project van het stedelijk onderwijs

Het nieuwe pedagogisch project werd op 23 april 2007 door de gemeenteraad goedgekeurd.

(1) Het Stedelijk Onderwijs is de dynamische ontmoetingsplaats van alle leernetwerken ingericht door de Stad Antwerpen.
(2) Het Stedelijk Onderwijs voldoet aan alle voorwaarden die aan het Vlaams onderwijs worden gesteld en doet extra inspanningen om aan de uitdagingen van de grootstad te beantwoorden.
(3) Optimale ontplooiingskansen bieden aan iedereen is het gemeenschappelijk doel van het Stedelijk Onderwijs.
(4) De scholengemeenschappen van het Stedelijk Onderwijs spreken af hoe zij dit doel bereiken.
(5) Het Stedelijk Onderwijs staat open voor iedereen, met respect voor ieders achtergrond en eigenschappen. We zien deze diversiteit als een constructieve, actief uit te bouwen kracht.
(6) Mensen hebben veel verschillende redenen om iets te willen leren. Het Stedelijk Onderwijs speelt daar op in door een breed platform van leermogelijkheden aan te bieden.
(7) Met deskundigheid, inzet, zorg en betrokkenheid begeleidt het Stedelijk Onderwijs alle lerenden. Lerenden hebben immers recht op optimale ontplooiingskansen, maar ook de plicht om deze kansen te grijpen.
(8) Als er keuzes gemaakt moeten worden tussen individuele belangen en
groepsbelangen, gelden wederzijdse rechten en plichten. Iedereen heeft recht op respect. De grenzen van ieders gedrag worden bepaald door de vrijheid van de anderen.
(9) Het Stedelijk Onderwijs werkt aan een maximale betrokkenheid van de ouders, leerlingen, studenten, cursisten en personeel.
(10) We willen bovendien een warme gemeenschap zijn, waar solidariteit ook
daadwerkelijk wordt ervaren en vorm krijgt.
(11) Leren is investeren in de toekomst. Het Stedelijk Onderwijs wil ertoe bijdragen dat al zijn lerenden deelnemen aan een democratische en pluralistische maatschappij. Door elk individu optimale ontplooiingskansen te bieden, bouwt het stedelijk onderwijs mee aan de toekomst van de stad en de samenleving.

Zie ook de volledige tekst van het pedagogisch project.

B. Algemene bepalingen
 

1. De inrichtende macht

Het stedelijk deeltijds kunstonderwijs wordt ingericht door de stad Antwerpen en is dus een openbare dienst. Het adres van de inrichtende macht is Grote Markt 1, 2000 Antwerpen.

2. De klachtenprocedure

De school verbindt zich ertoe de beginselen van behoorlijk bestuur na te leven. Dit betekent onder andere dat:

- elke beslissing van de school zorgvuldig genomen moet worden;

- elke beslissing van de school redelijk moet zijn;

- elke beslissing van de school gemotiveerd moet zijn;

- elke betrokkene recht heeft op informatie en toelichting.

Als je vindt dat een beslissing van de school niet aan deze voorwaarden voldoet, kan je klacht indienen. Uitzonderingen op deze regel zijn beslissingen, waarvoor een aparte beroepsprocedure voorzien is (zie evaluatie en tuchtreglement).
 
Als je vindt dat een beslissing van het centrum niet aan deze voorwaarden voldoet, kan je klacht indienen. Uitzonderingen op deze regel zijn beslissingen, waarvoor een aparte beroepsprocedure voorzien is (zie evaluatie en tuchtreglement).
 
Probeer eerst het probleem te bespreken met je lesgever(s) en/of de directie. Ze zijn het best geplaatst om je verder te helpen.
 
Je kan ook een gesprek vragen met de coördinerend directeur van de scholengemeenschap. 
 
Als je probleem echt niet opgelost geraakt, kan je een klacht indienen bij de bedrijfseenheid Lerende Stad. Je formuleert je klacht per brief en stuurt ze naar de klantverantwoordelijke van de bedrijfseenheid Lerende Stad. Zijn adres kan je in de school bekomen.
 
Een klacht schorst de uitvoering van een beslissing niet. Binnen de vijf werkdagen na ontvangst van een klacht brengt de klantverantwoordelijke of zijn afgevaardigde je op de hoogte van het resultaat van het onderzoek.

3. De privacy

Alle gegevens, die de school over jou bijhoudt, zijn alleen bestemd voor leerlingen-administratie en –begeleiding. De wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voorziet dat je deze gegevens kan inkijken en laten verbeteren.
 
De school mag gebruik maken van foto’s van leerlingen om informatie te verstrekken via brochures, websites of andere dragers. Als je niet wil dat foto’s, waarop je staat, worden gebruikt door de school, meldt je dit schriftelijk aan de directie.

4. Verzekering

 Alle regelmatig ingeschreven leerlingen zijn in het kader van de schoolactiviteiten overeenkomstig en binnen de voorwaarden van de schoolpolis verzekerd tegen lichamelijke letsels:

  • op weg van en naar de school, tijdens de onderwijsactiviteiten;
  • in alle lokalen van de school, waar ze zich voor hun studies bevinden;
  • tijdens reizen, excursies en stages georganiseerd door de school.

Een tussenkomst voor ongevallen met tandletsels en/of schade aan bril of contactlenzen is eventueel mogelijk.

5. Het intern schoolreglement

De school kan een intern schoolreglement opstellen met bijkomende richtlijnen.

C. Het orde- en tuchtreglement

Artikel 1
Het orde- en tuchtreglement kadert binnen de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals opgenomen in dit schoolreglement.

1. Het ordereglement

Artikel 2
Elke gedraging, die de goede werking van de school of het lesverloop hindert, kan aanleiding geven tot een ordemaatregel.
 
Artikel 3
Elk personeelslid van de school heeft de bevoegdheid een ordemaatregel te nemen, in overeenstemming met de algemene beginselen in dit schoolreglement.
 
Artikel 4
De ordemaatregel wordt per brief meegedeeld.
 
Artikel 5
Tegen een ordemaatregel is geen beroep mogelijk.

2. De preventieve schorsing

Artikel 6
De directie van de school heeft de bevoegdheid preventief te schorsen, overeenkomstig de algemene beginselen in dit schoolreglement.
 
Artikel 7
De preventieve schorsing is een ordemaatregel, die enkel kan genomen worden in afwachting van een tuchtmaatregel.
 

3. Het tuchtreglement

3.1. De tuchtmaatregelen

Artikel 8
De directeur of zijn afgevaardigde kan een tuchtmaatregel opleggen als het gedrag van een leerling een gevaar vormt voor het verstrekken van onderwijs, de verwezenlijking van het opvoedingsproject van de school en/of het pedagogisch project van het stedelijk onderwijs.
 
Artikel 9
De directeur of zijn afgevaardigde heeft de bevoegdheid de volgende tuchtmaatregelen te nemen:  

1. de berisping;

2. de schorsing uit één, meerdere of alle lessen voor een periode van ten hoogste tien schooldagen;

3. de uitsluiting uit de school.

 
Artikel 10
De directeur of zijn afgevaardigde neemt een tuchtmaatregel, in overeenstemming met de algemene beginselen in dit schoolreglement.
 
3.2. De procedure
 
Artikel 11
De directeur of zijn afgevaardigde stelt onmiddellijk een tuchtdossier samen.
 
In elke fase van de procedure hebben de betrokken leerling, zijn ouders en/of een raadsman recht op inzage in het tuchtdossier.
 
Tenzij dit om praktische redenen onmogelijk is, heeft de leerling het recht om te worden gehoord door de directeur of zijn afgevaardigde vooraleer deze definitief beslist over de te nemen tuchtmaatregel.
 
Artikel 12
Ten laatste één werkdag na het formuleren van het voorstel van tuchtmaatregel, nodigt de directeur of zijn afgevaardigde, per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs of aangetekend verstuurd, de leerling of zijn ouders(*) uit voor een gesprek.
 
Tussen deze kennisgeving en de datum van het gesprek zitten ten minste drie werkdagen.
 
Artikel 13
Tijdens het gesprek kan de leerling zich laten bijstaan door zijn ouders en/of een raadsman.
 
Artikel 14
Ten laatste één werkdag na het gesprek, geeft de directeur of zijn afgevaardigde de uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing ter kennis aan de leerling of zijn ouders (*) door middel van een brief afgegeven tegen ontvangstbewijs of aangetekend verstuurd.
 
De directeur stuurt een kopie van de uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing naar de bedrijfseenheid Lerende Stad.
 
3.3. Het beroep
 
Artikel 15
Binnen drie werkdagen na kennisgeving van de tuchtmaatregel ‘uitsluiting uit de school’ door de directie, kan schriftelijk beroep aangetekend worden bij de tuchtraad. 
 
De brief wordt gericht aan de voorzitter van de tuchtraad en is aangetekend of tegen ontvangstbewijs.
 
Artikel 16
Het beroep schort de uitvoering van de tuchtmaatregel ‘uitsluiting uit de school’ niet op.
 
Artikel 17
De tuchtraad bestaat uit:

  • de bedrijfsdirecteur van de bedrijfseenheid Lerende Stad of zijn plaatsvervanger;
  • een gemandateerde vertegenwoordiger van het centrum voor leerlingenbegeleiding of zijn plaatsvervanger;
  • een vaste vertegenwoordiger van de directies van elke scholengemeenschap of zijn plaatsvervanger.

Artikel 18
Binnen de vijf werkdagen, na ontvangst van het beroep, heeft de tuchtraad  een gesprek met de leerling. De tuchtraad kan zich laten bijstaan door externe deskundigen.
Tijdens het gesprek kan de leerling zich laten bijstaan door zijn ouders en/of een raadsman.
 
Artikel 19
De tuchtraad neemt een beslissing binnen drie werkdagen na het gesprek.
 
Artikel 20
Ten laatste één werkdag nadat de beslissing werd genomen, stuurt de voorzitter van de tuchtraad of zijn afgevaardigde een aangetekende brief naar de leerling of zijn ouders, met de gemotiveerde beslissing. Deze beslissing is bindend voor alle partijen.

 
2011 © Kastanjeproductions - Hosted by Giga Serving